Alle ChipTuning Automerken |
Logo
Alfa Romeo is het grootste
Italiaanse automerk na het moederbedrijf
FIAT.
Alfa Romeo maakt naast gewone auto's (berlines en hatchbacks)
ook sportwagens (8C Competizione en GTA's). Alfa Romeo is een
redelijke verkoper in Nederland en België. Het merk kent een
sportieve reputatie, wat te danken is aan de behaalde resultaten
in de autosport. Een uitzonderlijke reeks successen op de
racecircuits van de wereld, allemaal op naam van Alfa Romeo. Het
merk kent een grote groep liefhebbers die 'Alfisten' worden
genoemd.
Het Alfa Romeo logo is opgebouwd uit twee Milanese symbolen:
rechts de slang van het geslacht van de Visconti’s op een
lichtblauwe achtergrond (het idee hiervoor was afkomstig van een
jonge tekenaar uit de ontwikkelingsafdeling van Alfa die in de
Piazza Castello op een tram wachtte toen zijn oog viel op de
slang op de Filarete toren) en links het rode kruis op een witte
achtergrond, ontleend aan het kruis dat de Milanees Giovanni da
Rho tijdens de Kruistochten als eerste op de stadsmuren van
Jeruzalem plaatste. Beide symbolen worden omsloten door een
metaalkleurige cirkel met de woorden Alfa Romeo.
Enkele triviale feiten: het verhaal gaat dat
Henry Ford ooit heeft beweerd dat hij, bij het zien van een
Alfa Romeo, zijn hoed afzette, en heeft Enzo Ferrari gehuild als
een kind op de dag dat hij erin slaagde de Alfa’s te verslaan.
Geschiedenis
Het huidige Alfa Romeo, onderdeel van de
FIAT-groep,
werd in
1906 in Italië opgericht door de Fransman
Alexandre Darracq onder de naam Società Anonima Italiana
Darracq (SAID). Alexandre Darracq dacht dat de Italiaanse
automarkt, die op dat moment nog in de kinderschoenen stond
vergeleken met
Duitsland en
Frankrijk, rijp was voor zijn oudere en kleine modellen.
SAID werd door hem gestart als onderdeel van zijn reeds
bestaande Franse autofabriek (Darracq).
Alhoewel zijn gedachte de Italiaanse markt te veroveren met
oudere en kleine modellen vanuit het perspectief van de econoom
slim was, was Darracq niet succesvol met SAID. Zijn eerste twee
modellen voor de Italiaanse markt waren motorisch te zwak voor
de op dat moment slechte en steile Italiaanse wegen. SAID kon
niet concurreren met de wagens die in Italië geïmporteerd
werden.
Ondanks het naderende einde voor SAID was Darracq niet bereid
betere modelontwerpen door te sluizen naar zijn Italiaanse
bedrijf. In
1909
werd Darraq uitgekocht door de bedrijfsleider van de Italiaanse
vestiging,
Ugo Stella. Deze huurde
Giuseppe Merosi in om nieuwe modellen te ontwikkelen die
daadwerkelijk geschikt zouden zijn voor de Italiaanse markt. De
associatie met de slechte modellen van Darracq werd verbroken
door vanaf
24 juni
1910
een nieuwe naam voor de onderneming te voeren, Anonima Lombarda
Fabbrica Automobili, of kortweg ALFA. De eerste echte Alfa was
de 24HP met een cilinderinhoud van 4084cc over vier cilinders en
24 paardenkrachten. Dit was viermaal de kracht van het grootste
Darracq-model dat hij moest vervangen.
Rond
1916, tijdens de
Eerste Wereldoorlog, verkocht het laatste Darracq-familielid
met Alfa-aandelen zijn aandelen aan de bank. Deze wist ze door
te verkopen aan een pomp- en
compressorfabrikant,
Nicola Romeo. Nicola Romeo was succesvol met het fabriceren
voor de
oorlogsindustrie en had nieuwe fabrieksruimte nodig. Hij
was, als
mijnbouwkundige, geen liefhebber van automobielen. Nicola
Romeo kocht voor zijn doel de overige aandeelhouders van Alfa
volledig uit en kreeg zo het volledige bedrijf in handen. Hij
begon de fabrieken te gebruiken om tractoren, vliegtuigmotoren
en spoorwegmaterieel te fabriceren. Hoeveel er ook gefabriceerd
werd, auto's rolden er niet meer van de band gedurende de
oorlogsjaren. Tijdens deze jaren noemde Romeo de onderneming
zelfs naar zichzelf.
Na de oorlog in
1918
stortte de oorlogsindustrie in. Nicola Romeo was een vaardig
ondernemer en zag de kans om alsnog auto's te gaan produceren.
De onderneming werd opnieuw hernoemd. De naam Romeo voor de
wagens zou weinig betekenen buiten de mijnbouwwereld, waar
Nicola Romeo tot de oorlog succesvol in was. Om de wagens
slechts Alfa te noemen zou zijn naam er niet aan verbinden. Het
compromis luidde "Alfa Romeo".
Alfa Romeo 2900 Scuderia Ferrari
Om het nieuwe merk bekendheid te geven begon Alfa Romeo deel
te nemen aan de diverse races die in Italië werden gehouden en
men wist hier de nodige successen mee te boeken en daadwerkelijk
naamsbekendheid op te bouwen. De verkopen stegen gestaag. Rond
1925
werd Merosi als technisch hoofd opgevolgd door
Vittoria Jano. Jano verliet voor zijn aanstelling het
raceteam van FIAT. In die tijd was
Enzo Ferrari het hoofd van het raceteam van Alfa Romeo na
ook veel races voor Alfa Romeo te hebben gereden, en Ferrari is
verantwoordelijk Jano zover te krijgen om FIAT te verlaten om
voor Alfa Romeo te komen werken. Jano construeerde meteen de
legendarische P2, een auto die zeven jaar lang de
Grand Prix motor racing zou domineren. In 1932 werd de P2
opgevolgd door de Tipo B, een wagen die gedurende twee jaar elke
Grand Prix won waaraan hij deelnam.
De 159 Formule 1 wagen waarmee Fangio in 1951 de
wereldtitel won.
Vanaf Italië's deelname aan de
Tweede Wereldoorlog ontstonden er voor Alfa Romeo allerlei
organisatorische problemen. De bevoorrading werd steeds
moeilijker en bovendien werden de fabrieken tot driemaal toe
gebombardeerd, in 1940, 1943 en 1944. Het laatste bombardement
leidde tot een vrijwel volledige stopzetting van de productie in
Portello. In 1945 werden de werkzaamheden weer op kleine schaal
hervat, met de productie van scheepsmotoren, vliegtuigmotoren en
zelfs moderne elektrische kooktoestellen. De autoproductie kwam
eveneens op gang, om te beginnen met de 6C 2500 en later ook de
158, die in 1950 werd doorontwikkeld tot de 159 met enkele
uiterlijke wijzigingen en een grondig gemoderniseerde en
krachtiger motor. Alfa Romeo had inmiddels het oorlogstrauma
achter zich gelaten. Nadat de productie weer volledig op peil
was, speelde de onderneming ook met straatmodellen weer een rol
van betekenis, ondermeer met een reeks speciale creaties op
basis van de 2500, met Pininfarina en Touring koetswerk. 1950
was voor Alfa het jaar van de ommekeer in zowel industrieel als
sportief opzicht. In de jaren vijftig legde Alfa zich toe op
modellen die in grote series gebouwd konden worden. De
onderneming had twee doelstellingen: het opstarten van de
lopende-bandproductie en het behalen van sportieve successen met
op hoge prestaties gebouwde standaardproducten. 1950 was ook het
eerste jaar van de
Formule 1. Alfa Romeo domineerde de eerste 2 jaar en won met
Giuseppe Farina en
Juan Manuel Fangio tweemaal de wereldtitel.
De markt veranderde echter en Alfa Romeo stapte uit de
Formule 1 om zich meer te richten op productiewagens. In 1954
leverde dit de
Giulietta op. In die jaren ontwikkelde zich een trend die
zich nog lang in de jaren daarna zou voortzetten: de
samenwerking tussen de eigen ontwikkelingsafdeling en externe
carrosseriestilisten zoals
Bertone,
Zagato en
Pininfarina. In 1960 werd begonnen met de bouw van een
nieuwe fabriek in
Arese,
die in 1963 werd geopend. De eerste auto die er werd
geproduceerd was de
Giulia, waarvan er meer dan 1 miljoen in verschillende
versies werden gebouwd. In 1964 werd
Autodelta opgericht, onder leiding van
Carlo Chiti. De onderneming hield zich voornamelijk bezig
met het ontwikkelen van racewagens op basis van standaard
productiemodellen. In 1970 werkte Autodelta nauw samen met
McLaren en leverde men aan het raceteam de drie liter V8
motoren die in de Formule 1 werden gebruikt. 1970 was ook het
jaar van de
Montreal, Bertone's droomauto voor de Wereldtentoonstelling
in Canada, die uiteindelijk ook in productie zou gaan.
De jaren zeventig waren een periode van ups en downs voor
Alfa Romeo. Managementproblemen werden afgewisseld met sportieve
successen. De periode werd bepaald door de economisch-financiële
situatie van de onderneming, die niet volledig kon voldoen aan
de vraag van de markt en bovendien veel last ondervond van de
energiecrisis. In 1986 verkocht Finmeccanica Alfa aan de FIAT
Groep, die het samen met Lancia in een nieuwe onderneming
samenvoegde, "Alfa Lancia S.p.A." genaamd, welke in 1987
operationeel werd.
De lancering van de
Alfa 156 in september 1997 vormt een sleutelmoment in de
herpositionering van Alfa Romeo op de Europese markt. De Alfa
156 werd gekozen tot
Auto van het Jaar 1998, het was de eerste keer dat Alfa
Romeo deze prestigieuze prijs won. In 2001 werd de
Alfa 147 eveneens uitgeroepen tot Auto van het Jaar.
Design heeft altijd een grote rol gespeeld in de
geschiedenis van Alfa Romeo. In de loop der jaren zijn dan ook
vele designstudies gemaakt door het eigen Centro Stile of samen
met grote Italiaanse design studio's zoals
Pininfarina,
Bertone,
Zagato en
ItalDesign - Giugiaro.
Modellen
Oude modellen
| Productiewagens per decenium |
|
1910 |
1910-1920
24 HP
1911-1920
15 HP
1913-1920
40-60 HP
|
|
1920 |
1920-1921
G1
1921-1921
G2
1922-1927
RL
1923-1925
RM
1927-1929
6C 1500
1929-1933
6C 1750
|
|
1930 |
1931-1934
8C 2300
1933-1933
6C 1900
1934-1937
6C 2300
1935-1939
8C 2900
|
|
1940 |
1939-1950
6C 2500
|
|
1950 |
1950-1958
1900
1951-1953
Matta
1954-1962
Giulietta
1958-1962
2000 |
|
1960 |
1962-1968
2600
1962-1976
Giulia
1965-1971
GTA
1966-1967
Spider Duetto
1967-1969
33 Stradale
1967-1972
1750
|
|
1970 |
1970-1977
Montreal
1972-1983
Alfasud
1972-1977
Alfetta
1979-1986
Alfa 6
|
|
1980 |
1983-1994
33
1984-1987
Arna
1985-1992
75
1987-1998
164
|
|
1990 |
1992-1998
155
1994-2000
145
1994-2000
146
1995-2006
GTV & Spider
1997-2005
156
|
|
Alfa Romeo 8C 2900 uit 1938
Alfa Romeo GTA uit 1965

Alfa Romeo 33 Stradale uit 1968
Alfa Romeo 2000 Touring Spider uit 1959
|
Huidige modellen
|

Alfa Romeo GT uit 2004
Alfa Romeo Nuova 147 uit 2005
|
Alfa Romeo voert op dit moment (2006) de volgende modellen:
Toekomstige modellen
|
|